Zoeken

De Reynaert

Aanmelden

Statistieken

OS
Linux c
PHP
7.0.22
MySQLi
5.5.5-10.0.32-MariaDB
Tijd
12:23
Cachen
Gedeactiveerd
Gzip
Geactiveerd
Gebruikers
3
Artikels
417
Weblinks
11
Artikel weergave hits
391235
Nooit gedacht dat het‘Teugeltje’over‘Tante Klara’zoveel positieve reacties zou kennen. Geen wonder dat mijn bijna magische pen onrustig trilt,misschien ook wel door mijn ziekte,om nog een artikeltje te brouwen over nog een‘monument’dat ons bijna in alle stilte ontvallen is op 22.11.2008,‘Tante Alice van Kloefkes’,(Alice De Belie)ook al een suikertante. Jammer genoeg is mij door de redactie deze keer te weinig ruimte toegekend om er een uitgebreide vertelling van te maken. Zonde zou het toch zijn Aliceke niet in de analen van de Belseelse Reynaert te plaatsen. Van in haar jeugd was zij de motor van diverse parochiale en gemeentelijke verenigingen. De nog schamele overlevenden van de Kajotsters kunnen hierover getuigen. Maar haar grootste werkterrein was zeker‘Het Bazarken van Kloefkes’,waar ze naast medebeheerder ook het werkpaard en het duiveltje doet’al van de winkel was en waarin ze zeker,stiekem misschien,heel wat sociaal werk aan minder bedeelden,verrichtte. Wellicht heeft zij door haar inzet,gulheid en hulpvaardigheid de basis gelegd van de enorme klantenwinning van de zaak die momenteel uitgegroeid is tot de alom gekende“Supermarkt De Belie”,in de Kerkstraat. Onze tijdsgenoten,gevorderd in leeftijd,durven nog spontaan spreken over de‘Bazar van Kloefkes’. Persoonlijk vind ik het spijtig dat die sympathieke naam stilaan aan het verdwijnen is. Toen wij in 1962 in het voor ons nog onbekende Belsele kwamen wonen,heeft Alice er grotendeels voor gezorgd dat wij snel in de gebuurte en heel het dorp ingeburgerd geraakten. Zij fungeerde als wegwijzer en ombudsvrouw,samen met de speelse winkeljuf Jacqueline,die ook wel haar babbeltje wel kon doen. Alhoewel ik geen winkelloper was en ben,voelde ik mij onmiddellijk thuis in’t Bazarken’. Maar al te vlug wist ik welk vlees er in de kuip zat en bij elk bezoek maakte ik er een grappige attractie van tot groot jolijt van de steeds giechelende Alice. Op een keer stapte ik de winkel binnen en Alice zat aan de kas. Heimelijk fezelde ik“Alice,is’t nu wreed,ik heb het aan mijnen lever en volgens de dokter mag ik enkel eieren van bruine kippen eten“! –“Allez Arnold da’s toch niet waar zeker,nog zo jong”! antwoordde ze duidelijk meelijdend. –“Ja Aliceke dat is erg hé” -“Maar ik ken niets van eieren zulle” Arnold. –“Ik wel” antwoordde ik. “Ga ze dan maar uitkiezen” zei ze. Bij mijn terugkeer aan de kas met het gevulde zakje vroeg ze“Arnold mag ik nu weten hoe je die eieren van die bruine kippen erkent? “Zeker Aliceke,het zijn gewoon de grootste! “Gij godverdekke” kraaide ze“gij zult nooit beteren”. Alice kon fratsen verdragen en er zelfs van smaken. Zij zelf was ook van geen kleintje vervaard en wist ook wel in bepaalde situaties aardig uit de hoek te komen. Alice stond ook bekend voor haar grote devotie van O.L.Vrouw zodat ze onvermijdelijk werd aangeworven voor het dragen van het Mariabeeld in de jaarlijkse processie. Hiervoor kwamen enkel‘zuivere maagden’voor in aanmerking. Door wie en hoe deze delicate selectie werd uitgevoerd,is voor mij nog altijd een groot vraagteken. In alle geval Alice was een vaste‘draagster’. Naar jaarlijkse traditie ging ze gedurende de maand mei te voet naar O.L.Vrouw van Oostakker,en keerde dan terug per trein. Zo gebeurde het dat ze op een keer rustig op de trein zat en haar vermoeide benen uitstrekte tot op het tegenliggende bankstel. Een vermoedelijk strenge conducteur maakte haar de bemerking duidend op haar voeten:“Madameken,doet gij dat thuis ook”? –“Ah ba neen’ik,Meneer,thuis heb ik genen trein”! antwoordde ze prompt. “Allez,laat ze maar liggen” sprak de lachende man. “Mijnen benen,meneer”? vroeg ze nog schalks. “Awel,Aliceke gij zijt gisteren naar Oostakker geweest” vroeg ik haar op een keer. –“Ja,ja en ik heb voor jou gebeden”. –“Allez,bedankt hé,ik zal het zeker gewaar worden”,repliceerde ik. ’s Avonds kreeg ik toch wel vliegende tandpijn zeker. Nog enkele anekdotes zou ik kunnen vertellen. Maar helaas,die verplichte‘beteugeling’van het teugeltje. Nu ga ik maar rusten,met gestrekte benen op de zetelbank,ook al heb ik geen trein,terwijl mijn vrouwtje een lekkere omelet van eieren van een‘bruine’kip aan het bakken is. Ze zal lekker smaken,een omelet van reuze grote eieren. Grote eieren zullen er steeds zijn maar“reuzinnen” als Alice worden er helaas niet meer gemaakt. Jammer is dat!